Automatisch Beleggen in valuta's: 40% winst in 9 maanden

Gemak, Gratis, Flexibel

KLIK HIER voor gratis brochure


Deze maand is het een jaar geleden, dat Lehman Brothers ten onder ging. In dit deel komt de vraag over het succes van de globalisering en liberalisering aan bod.

De kredietcrisis is jarig (deel 3)

Deze maand is het een jaar geleden, dat Lehman Brothers ten onder ging. Het omvallen van deze investment bank had een kettingreactie op de financiële markten tot gevolg. Enkele weken na de val besloot het kabinet Balkenende/Bos de top van het Nederlandse bankwezen te nationaliseren om een implosie van het systeem te voorkomen. Van de arrogantie dat Nederland immuun zou blijken voor Amerikaanse kwalen was in een weekeinde tijd niets meer over.

In deel 1 besprak ik hoe en waarom van de kredietcrisis. Vervolgens ging ik in deel 2 in op de ontwikkeling van het financiële bestel, die uiteindelijk leidde tot de kredietcrisis. In dit laatste deel komt de vraag over het succes van de globalisering en liberalisering aan bod.

Nu, een jaar later heeft het er de schijn van dat het ergste van de krediet- en economische crisis voorbij is. De noodverbanden hebben het ergste bloeden gestopt. De tijd is dan ook daar om te gaan kijken hoe toekomstige crises voorkomen kunnen worden. Cynici, onder wie deze auteur, geloven dat crises altijd zullen optreden. De wetgeving mag nog zo goed zijn, maar is feitelijk niet meer dan een weergave van een moment in de tijd. Bovendien, de zwakke schakel bij uitstek is de mens, die steeds opnieuw denkt dat hij ‘king of the World’ is en dan, zoals Daedelus, naar de zon vliegt met alle gevolgen van dien. Dat neemt weer niet weg, dat wetgeving voortdurend aanpassing behoeft om nieuwe ontwikkeling te vangen.

Daedalus

Daedalus

Falende modellen en regelgeving

In het kielzog van de bijeenkomst van de G20 kwam de Bank for International Settlement (BIS) met voorstellen om in de toekomst een crisis, zoals die van vandaag, te voorkomen.

De bank begint haar aanbevelingen met een schuldbekentenis. De auteurs stellen vast dat er in de laatste 25 jaar geleidelijk een klimaat van zelfgenoegzaamheid was gegroeid. Die zelfgenoegzaamheid viel te bespeuren bij de financiële sector zelf, bij de academici en natuurlijk ook bij de politiek. Er leek een systeem ontwikkeld waarbij de inflatie laag was, de economische groei hoog en dat in een stabiele omgeving. Het mathematische model had uiteindelijk gezegevierd over volatiliteit en onberekenbaarheid van de mens.

Uiteindelijk faalden de modellen. De crisis deed zich voor, het model bood geen antwoord op de systeemcrisis en zelfs de signaalfunctie werkte niet, of in ieder geval niet afdoende.

Lessen uit de crisis

Misschien wel de belangrijkste les sinds 2007 is, dat het monetaire beleid er niet in geslaagd is om de reële economie te vrijwaren voor schokken in het financiële systeem. Een tweede les is dat fiscale politiek wel degelijk een rol kan spelen bij het voeren van beleid. In de derde plaats mogen zich beleidsmakers zich afvragen of het huidige monetaire beleid afdoende geëquipeerd is. Het rentewapen bleek al heel snel bot.

Een belangrijk wapenfeit is ook aan het licht gekomen. De omvang en de kwaliteit van de balans van de financiële sector speelt op dit moment geen rol in de macro-economische modellen. Dat is bij de huidige stand van zaken een duidelijk gebrek. Tenslotte, om wat meer greep te krijgen op het wezen van financiële crises kan het geen kwaad om een goede studie van de geschiedenis te maken. Ben Bernanke geeft in dezen het goede voorbeeld.

Aanbevelingen

De belangrijkste conclusie van de aanbevelingen van de BIS luidt, dat het financiële bestel een duidelijke plaats hoort te krijgen in de nieuwe macro-economische modellen. In de nieuwe modellen hoort opgenomen te worden, dat periodes van financiële stress en crisis een onmiskenbaar onderdeel van het economische leven zijn.

Op die manier kan een beter macro-economisch beleid ontwikkeld en gevoerd worden om stabiliteit van het economische leven te bevorderen, maar ook in het financiële leven. Dat impliceert dat er nieuwe studies nodig zijn naar het gedrag van de actoren in deze sector, maar ook naar de dynamiek in deze sector. Hoe komen prijzen voor assets tot stand, wat kunnen de gevolgen zijn van kredietgroei, maar ook van de ontwikkeling van schulden binnen de sector en uiteindelijk hoe al deze mechanismes in elkaar grijpen.  Is dat duidelijk dan kan er een beter zicht ontstaan hoe deze sector kan ingrijpen op de reële economie.

De BIS pleit er ook voor, dat deze nieuw te ontwikkelen macro-economische de financiële sector een bijzondere plaats krijgt, juist omdat een systeemcrisis, zoals de huidige, een verwoestende uitwerking kan hebben op de hele economie. Crises in andere sectoren hebben meestentijds weinig uitstraling op de hele economie.

Conclusie

Het is misschien ontluisterend te moeten lezen, hoezeer kennis van de werking van de financiële markten nog ontbreekt.  Het plaatst het optreden van verantwoordelijken beleidsmakers als de toenmalige minister van Financiën van de USA , Henry Paulson, en onze eigen Nout Wellink in een ander daglicht. De kennis van een zogeheten systeemcrisis was en is onvoldoende voor een effectieve bestrijding ervan. Omdat de kennis onvoldoende was, ontbraken ook de juiste handvatten en middelen ter bestrijding. Die zijn al doende ontwikkeld.

Het ontbreken van afoende kennis is ook van belang als het gaat om de hervorming van het systeem. Zonder afdoende kennis zal er weinig veranderen. Die mening is ook Nouriel Roubini toegedaan, in zijn nieuwsbrief, Lehman’s anniversary-What’s different? What’s the same? Ook hij pleit voor een nieuwe manier van economisch denken, die veel gelijkenis vertoont met de standpunten van de BIS. Tussen neus en lippen door verwerpt Roubini de opvatting dat de crisis voorbij is. Hij wijst erop, dat juist de positie van de grote banken nog steeds verslechtert. Dat komt vooral, omdat deze banken gedwongen zijn allerlei zogeheten off-balance vehicles zichtbaar op de balans te maken. Hij schat dat het gaat om een bedrag van USD 900 miljard, dat vooral de westerse banken nog moeten consolideren.

Kortom, de herstelwerkzaamheden zijn nog in volle gang en daarmee is het nog te vroeg voor een ingrijpende hervorming van de financiële sector. Hoe noodzakelijk die hervorming ook moge zijn.

Dr. C.A.M. Wijtvliet

De auteur is zelfstandig gevestigd analist. Hij schrijft over uiteenlopende onderwerpen die de beleggingswereld raken. Daarnaast geeft hij lezingen en presentaties.

Informatie: corwijtvliet@dekritischebelegger.nl

Op dit artikel is onze disclaimer van toepassing KLIK HIER

Artikel is geprint van De Kritische Belegger: http://www.dekritischebelegger.nl

URL(internetadres) naar het artikel: http://www.dekritischebelegger.nl/economie/kredietcrisis/de-kredietcrisis-is-jarig-deel-3/

Gerelateerde artikelen:

Cor Wijtvliet

Cor Wijtvliet studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. In opdracht van het Nederlands Instituut voor het Bank- en Effectenbedrijf (NIBE) schreef hij een proefschrift over de wordingsgeschiedenis van het Nederlandse handelsbankwezen. Hij is onafhankelijk analist en publicist.

facebook twitter

verkorte link:


top