Investeren in duurzaamheid is (g)een geloof

Investeren in duurzaamheid is (g)een geloof

Ooit zei de econoom Milton Friedman, dat het de eerste en voornaamste taak van een bedrijf is om zijn winstgevendheid te vergroten. Dat is op zich een verstandige insteek, maar geldt dit uitgangspunt vandaag de dag nog onverkort voor de volle honderd procent? We doelen hier op de discussie in hoeverre het voor een bedrijf verstandig is zijn bedrijfsvoering duurzaam in te richten?

Voor de belegger geldt min of meer hetzelfde: is het verstandig in duurzaamheid te investeren? Aanhangers van het credo van Friedman en duurzaamheidsceptici argumenteren dat duurzame principes weliswaar nobele principes zijn, maar dat ze (hoge) kosten met zich brengen en zodoende de winstgevendheid van een bedrijf verlagen en derhalve de belangen van de aandeelhouder schaden.

Voor de korte termijn is dat inderdaad zo. Duurzaamheid brengt in eerste instantie hoge kosten. Maar hoe gaat het op de langere termijn met een bedrijf dat zich niet stoort aan al datgene waar duurzaamheid voor staat? Loopt dat ‘vervuilende’ bedrijf niet een gerede kans hoge boetes opgelegd te krijgen, hogere belastingaanslagen en moet het misschien niet hoge uitgaven doen om emissierechten te kopen? Loopt het niet de kans een publieke paria te worden?

Doet een belegger er verstandig aan om duurzaamheid als een van zijn criteria voor beleggen mee te nemen? Ja, als je gelooft dat een bedrijf ervan kan profiteren de belangen van de verschillende stakeholders in zijn strategie te incorporeren. Het eenvoudigweg negeren van de belangen van stakeholders kan immers tot grote reputatieschade leiden met alle negatieve gevolgen van dien, ook voor de koers van het aandeel. Het omgekeerde is waarschijnlijk ook waar.

Duurzame bedrijfsvoering kan de reputatie verhogen en op die manier de groei van de omzet bevorderen. Een goede reputatie is een uitnodiging voor nieuwe en meer beleggers of voor geïnteresseerde partners. Een ander argument om voor duurzaamheid te kiezen is dat het wel eens onverwachte competitieve voordelen met zich kan meebrengen. Een duurzame bedrijfsvoering eist vaak structurele aanpassingen en dat kan leiden tot technologische innovatie.

Een laatste argument is dat duurzaamheid in de bewijsvoering wijst op aandacht voor de lange termijn in plaats van korte termijn winst. Het zou moeten resulteren in een stabielere winstgroei. ‘Het zou…’ en daar draait het om. Er is (nog) geen bewijs dat een duurzame bedrijfsvoering op den duur meer winst genereert en dat de belegger daar op termijn meer voordelen uithaalt.

Er is echter een duidelijke uitzondering en dat is de markt voor water. Nu al is die markt wereldwijd bijna USD 500 miljard groot en het ziet er naar uit dat deze markt komende jaren en decennia stevig verder groeit. Er zijn daarvoor vier belangrijke trends aan te wijzen die elkaar versterken.

In de eerste plaats zal de demografische druk de komende decennia blijven toenemen. De bevolkingsgroei zal vooral neerslaan in de steden en zal de druk op de waterinfrastructuur ernstig vergroten. De vraag naar bijvoorbeeld efficiënte bewerking van afvalwater zal sterk toenemen. De bevolkingsgroei in combinatie met een groeiende welvaart zal de vraag naar voedsel opjagen. De landbouw is al de grootste verbruiker en verspiller van water. Toenemende vraag naar voedsel zal het gebruik van water voor irrigatie alleen maar versterken. Het resultaat is dat nu al delen van de wereld last hebben van de gevolgen van overexploitatie van watervoorraden.

Een tweede trend is die van de verouderde infrastructuur. Snel groeiende wereldsteden hebben niet alleen moeite hun waterleidingnetwerk even snel uit te bouwen als de bevolking groeit, maar vooral veel steden in de westerse wereld kampen ook nog met een totaal verouderd netwerk. In steden als Londen of New York dateert het netwerk uit de negentiende eeuw of van nog eerdere datum. Die netwerken zijn in zeer slechte staat en duidelijk aan vervanging toe. Ontelbaar veel liters water lekken dagelijks weg.

Een derde trend is de verslechterende kwaliteit van het drink water. In veel landen is het ontbreken van fatsoenlijke sanitaire voorzieningen en deugdelijke rioleringen een bron van veel ellende. Maar waterkwaliteit is even goed een probleem in veel westerse landen. Industrieel en chemisch afval tasten evenals landouwgif hier de kwaliteit van het drinkwater aan.

En dan zijn er nog de verwachte en onverwachte gevolgen van de klimaatverandering, de vierde trend. Sommige regio’s zullen te kampen krijgen met langdurige periodes van droogte, andere daarentegen krijgen te maken met zware regenval wat meer kwaad dan goed zal doen..

Bovengenoemde trends dragen gecombineerd het gevaar in zich van water een schaars en luxe artikel te maken. Hier biedt duurzaamheid zowel het bedrijf als de investeerder en stakeholder grote voordelen. In het geval van water is duurzaamheid geen geloofsartikel, maar een ‘must’.

Cor Wijtvliet,onafhankelijk analist en publicist
corwijtvliet@dekritischebelegger.nl

Bronnen:

Deutsche Bank, Economic stimulus: the case for ‘green’ infrastructure, energy security and ‘green’ jobs. November 2008

Sustainable Asset Management, The sustainable yearbook, 2008

Artikel is geprint van De Kritische Belegger: http://www.dekritischebelegger.nl

URL(internetadres) naar het artikel: http://www.dekritischebelegger.nl/beleggen/investeren-in-duurzaamheid-is-geen-geloof/

Gerelateerde artikelen:

Cor Wijtvliet

Cor Wijtvliet studeerde middeleeuwse geschiedenis aan de Universiteit van Leiden. In opdracht van het Nederlands Instituut voor het Bank- en Effectenbedrijf (NIBE) schreef hij een proefschrift over de wordingsgeschiedenis van het Nederlandse handelsbankwezen. Hij is onafhankelijk analist en publicist.

facebook twitter

verkorte link:

top

Plaats een reactie