In januari 2013 deed de Geschillencommissie van het KiFiD een interessante uitspraak in een zaak van een door mij bijgestane belegger tegen een lokale Rabobank.

Kifid wijst forse schadevergoeding toe

In januari 2013 deed de Geschillencommissie van het KiFiD een interessante uitspraak in een zaak (nr. 2013-202; 21 januari 2013) van een door mij bijgestane belegger tegen een lokale Rabobank.

In 2000 stortte een toentertijd 77-jarige agrariër de verkoopopbrengst van zijn boerderij op een beleggingsrekening. Hij koos voor beleggingsadvies en kwam hierbij een ‘defensief’ profiel overeen met als beleggingsdoelstelling ‘vrij vermogen en pensioen’.

Eind 2000 had de portefeuille een waarde van €725.000,=. Deze bestond geheel uit vastrentende waarden en obligatiebeleggingsfondsen (94%) en voor 6% uit een aandelenbeleggingsfonds. In de jaren daarna werd de belegger een 3-tal perpetuele leningen geadviseerd met een nominale waarde van €310.000,=. Na aflossing van een lening en verkoop van een perpetual werd in december 2005 in twee delen de 7,25% Lehman Brothers Steepener Note 2005-2035 gekocht voor € 195.000,= (nominaal € 200.000,=). De belegger was toen 82 jaar.

Het perpetuele karakter van de portefeuille had zich ontwikkeld van 0% in 2000 tot rond de 40% de jaren daarna, 50% ultimo 2004 en 32% ultimo 2005 plus 34% LB steepeners.

Een jaar later, in 2006, werd zijn defensieve profiel herbevestigd.

In 2008 failleert Lehman Brothers en in 2009 dient de belegger een klacht in bij zijn bank over het onzorgvuldig advies, ontbreken van adequate informatieverstrekking en darmee schending van de zorgplicht. Deze wijst de klacht af, waarna de Ombudsman van het KiFiD om een oordeel wordt gevraagd. Deze komt via een ingewikkelde berekening op een aanbeveling van ca. € 6.000,= schadeergoeding. Belangrijke elementen hierin zijn dat de Ombudsman stelt dat het koersverlies vanaf een koers van 80% geheel voor rekening van de belegger dient te komen. Vanaf dat moment had hij immers moeten weten met een risicovol product te maken te hebben. Daarnaast wijst de Ombudsman op de  eigen verantwoordelijkheid in een adviesrelatie. Hierdoor dient 50% van de gewezen schade voor rekeningen van de consument te blijven. De liquiditeiten op een andere rekening worden mee geteld, waardoor het gewicht van de lening in de portefeuille maar beperkt ‘excessief’ was.

De Geschillencommissie van het KiFiD komt tot hele andere conclusies. Deze stelt dat de informatieverstrekking ontoereikend was geweest. Daarbij acht zij het aannemelijk dat de belegger anders zou hebben gehandeld als hij wel volledig zou zijn geïnformeerd over de Lehman Steepener. Zeker toen bleek dat het onderzoeksbureau van de Rabobank in een intern rapport kritisch was geweest over de geschiktheid van steepeners voor particuliere beleggers. De bank had hiervoor dan ook in niet misverstane bewoordingen moeten waarschuwen.

Ook stelt de Geschillencommissie dat liquiditeiten op andere rekeningen niet meetellen voor de schade bepaling, omdat niet is gebleken dat de bank hier in zijn advisering rekening mee heeft gehouden. Gevolg van deze visie is dat het gewicht van de betwiste Note in de portefeuille hoger uitkomt, waardoor de schade dientengevolge groter is.

Het feit dat de portefeuille al voor een substantieel deel uit perpetueel papier bestond, voordat de Lehman Steepener werd geadviseerd, wordt de bank ook zwaar aangerekend. De Commissie stelt dan ook dat er sprake is van een advies dat ‘een redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur’ niet had behoren te geven.

De Rabobank voert aan dat de schade niet door haar tekortschieten is veroorzaakt. Het debiteurenrisico zou zich eveneens bij een reguliere Lehman Brothers obligatie hebben geopenbaard. De Commissie gaat herin gedeeltelijk mee door de koers te fixeren op de dag voordat het faillissement bekend werd.

Het argument dat de cliënt niet tijdig zou hebben geklaagd wordt verworpen. Gegeven de ingewikkeldheid van de materie vindt de Commissie de termijn waarbinnen de belegger heeft geklaagd niet onredelijk lang.

De commissie begroot de schade op € 100,000,=, waarvan 30% voor rekening van de belegger dient te blijven, nu hij zich naar het oordeel van de Commissie te weinig heeft verdiept in de risico’s van de Steepener. Dit geldt juist nu deze ten tijde van het advies ongeveer een derde van zijn beleggingsportefeuille betrof.

De commissie wijst de belegger € 70.000,= als schade vergoeding toe.

Jos Leeser
www.blackswanconsultants.nl

Op dit artikel is onze disclaimer van toepassing KLIK HIER

Artikel is geprint van De Kritische Belegger: http://www.dekritischebelegger.nl

URL(internetadres) naar het artikel: http://www.dekritischebelegger.nl/beleggen/misstanden/kifid-wijst-forse-schadevergoeding-toe/

Gerelateerde artikelen:

Jos Leeser

Jos Leeser is sinds begin jaren ‘90 werkzaam in de financiële wereld op het gebied van private banking, vermogensbeheer en algemeen. Hij werkte voor Allianz, Holland Beleggingsgroep, SNS Bank en Robein Bank. Bij Robein Bank was hij bestuurder en o.a. verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid en de implementatie van wet- en regelgeving op het gebied van beleggingen. In 2009 richtte hij Black Swan Consultants op, waar hij gedupeerde beleggers terzijde staat in klachtenprocedures en ‘second opinions’ geeft ten behoeve van de advocatuur. Tevens is hij partner bij Claassen, Moolenbeek & Partners. Hier begeleidt hij onder andere beleggers naar de voor hen meest passende vermogensbeheerder.

facebook twitter

verkorte link:


top

wp-puzzle.com logo