automatisch beleggen op de DAX: 200 % winst

gemak, gratis, flexibel

Klik hier voor gratis brochure


De Europese permanente portefeuille

De Europese permanente portefeuille heeft uw kapitaal sinds 1999 doen groeien met 65%, een rendement van gemiddeld 5,8% per jaar. In 2008 had u een verlies van slechts 3%.

De Europese permanente portefeuille bestaat uit volgende activa:

  • 25% Aandelen: Breed indexfonds van aandelen uit de Eurozone zoals ‘Vanguard Eurozone Stock Index Fund’
  • 25% Obligaties: 30 jarige Duitse staatsobligaties, de meest kredietwaardige en krachtigste Euro obligaties.
  • 25% Goud: Fysiek goud
  • 25% Cash: Belegd in 1 jaar lopende Duitse staatsobligaties.

Hier de jaarlijkse rendementen van de Europese permanente portefeuille vanaf 1999, toen de euro werd ingevoerd, tot en met 2008:

Rendementen Europese Permanente portefeuille 1999-2008*

 

Stel dat je 10.000 euro belegd hebt begin 1999 in aandelen dan heb je vandaag nog slechts 8.800 euro, na 9 jaar belegd te hebben. Alles in cash op een veilige spaarrekening bij de Duitse overheid had je 13.900 euro opgeleverd. Alles in 30 jarige staatsobligaties gaf je nu 18.200 euro. Indien je alles in goud had gestoken had je vandaag 24.600 euro, het beste rendement.

Uiteraard wist je in 1998 niet welke de beste belegging zou zijn de komende 9 jaar, dus stel dat je het in de permanente portefeuille had gestoken, wetende dat de toekomst onzeker is, dan had je nu 16.500 euro. Dat resultaat is natuurlijk niet zo goed als alles in goud gestoken te hebben, maar het is wel dubbel zo goed als alles in aandelen gestoken te hebben en nog steeds een stuk beter dan alles op een veilige spaarrekening te hebben gehad.

Uiteraard 10.000 euro in 1998, toen gelijk aan 20.000 gulden of 400.000 Belgische Frank, koopt niet hetzelfde als 10.000 euro vandaag. Als we de prijzen van vandaag terug omzetten in die oude Belgische Frank of Gulden zien we dat zowel in het groot warenhuis, de kledingzaak, het restaurant, aan het pompstation en bij de vastgoedmakelaar de prijzen een stuk hoger liggen.

In een vorig artikel heb ik gesproken over een inflatie van 7,5% per jaar wat betekent dat de prijzen om de 10 jaar verdubbelen. Dat zou betekenen dat je 100% rendement moet hebben elke 10 jaar om gewoon nog maar je koopkracht te behouden. Dit is natuurlijk vrij controversieel. Sommige zaken zijn inderdaad 100% of meer gestegen in vergelijking met 1998 zoals bijvoorbeeld vastgoed, energie en voedsel. Andere zaken zijn minder gestegen zoals auto’s, computers, reizen en kleding.

Laten we voor dit artikel uitgaan van een inflatie van 50% sinds 1998, iets wat me toegegeven goed uitkomt in dit artikel want met 7,5% inflatie heeft enkel goud je koopkracht weten te bewaren. Uitgaande van een totale inflatie van 50% wil zeggen dat om hetzelfde te kunnen kopen wat je kon kopen in 1998 met 20.000 gulden of 400.000 Belgische Frank je vandaag 30.000 gulden of 600.000 Belgische Frank moet hebben. Ik hoop dat de meesten hier akkoord mee kunnen gaan.

Dan hebben we de volgende resultaten wat betreft koopkracht behoud of verlies:

  • Aandelen: Na 9 jaar beleggen in aandelen heb je van je 20.000 Gulden nog slechts 17.600 Gulden of van 400.000 Belgische Frank naar 350.000 Belgische Frank. Je hebt echter wel 30.000 Gulden of 600.000 Belgische Frank nodig om hetzelfde te kopen. Je bent dus door te beleggen in aandelen meer als 40% van je koopkracht verloren.
  • Goud heeft van je 20.000 gulden of 400.000 Belgische Frank maar liefst 50.000 gulden gemaakt of 1.000.000 Belgische Frank. Dat is natuurlijk de Jackpot. Een pak meer als de 30.000 gulden of 600.000 Belgische Frank dat je nodig had. Dankzij te beleggen in goud is je koopkracht gestegen met 60%.

 

  • 30 jarige Staatsobligaties hebben van je 20.000 gulden 36.000 gulden gemaakt of 728.000 Belgische Frank, ook een koopkracht toename van 20%.
  • Een veilige spaarrekening zoals 1 jaar lopende Duitse Staatsobligaties hebben van je 20.000 gulden 27.800 gulden gemaakt of van je 400.000 Belgische frank 552.000 Belgische Frank gemaakt wat je koopkracht heeft doen afnemen met 10%.
  • Een traditioneel gespreide portefeuille heeft geen goud of 30 jarige staatsobligaties maar gemiddeld 60% aandelen en 40% bedrijfs -en staatsobligaties kortere termijn. Deze ‘neutrale’ belegging zou van je 20.000 gulden slechts een 24.000 gulden of 480.000 Belgische Frank gemaakt hebben wat je koopkracht heeft verminderd met 20%.
  • De permanente portefeuille heeft van je 20.000 gulden 33.000 gulden of 660.000 Belgische Frank gemaakt. Je hebt dus je koopkracht bewaard en zelfs een 10% doen toenemen dankzij het feit dat je steeds ervoor gezorgd hebt dat je elk jaar opnieuw degelijk beschermd was door ook 25% goud te hebben en 25% 30 jarige staatsobligaties.

Wie had dat geweten in 1998 toen we in een ‘nieuw tijdperk’ zaten van het internet waar iedereen rijk werd op de beurs, en het algemene kennis was dat aandelen toch gemiddeld 10% per jaar rendement gaven, dat aandelen de komende 9 jaar, zelfs nadat het eerste jaar aandelen 33% winst gaven, je koopkracht nog steeds zou halveren tegen eind 2008.

Wie had in 1998 kunnen voorspellen dat 30 jarige staatsobligaties en goud de juiste belegging was en je koopkracht niet enkel degelijk zou beschermen maar zou doen toenemen?

Velen zullen zeggen ‘ik’. Maar kunnen zij ook AANTONEN via een open portefeuille of een beursgenoteerd aandeel of fonds dat ze ook betere resultaten hebben sinds 1999 dan 5,8% per jaar?

Ik kan ze niet op mijn ene hand, maar al op mijn ene vinger tellen en proficiat voor hem en zijn klanten, dat is Roland Vandamme. Al de rest is reeds serieus de dieperik ingegaan, of zijn nog maar een 3 a 5 jaar bezig met hun open portefeuille of, en dat is bij de meeste befaamde goeroes, economen en analisten het geval, hebben gewoon geen open portefeuille, wat het net iets te makkelijk maakt. Ik kan ook sneller racen als Schumacher maar doe het enkel offpiste waar niemand het kan zien.

Misschien ken ik nog niet genoeg goeroes maar 1 zaak weet ik: Net zoals in 1998 kan niemand vandaag met zekerheid voorspellen wat er de komende jaren zal gebeuren. Met de permanente portefeuille moet ik me daar ook geen zorgen meer over maken. Wat er ook gebeurd, mijn koopkracht is met slechts 4 activa in elk mogelijk klimaat beschermd:

  • Aandelen: beschermd me in tijden van welvaart wanneer alles goed gaat en goud zakt in prijs omdat niemand het nodig heeft. (1950-1968, 1982-2000)
  • Cash: beschermd me in tijden van tijdelijke recessie wanneer de prijzen van zowel aandelen, goud en staatsobligaties het moeilijk hebben (1981, 1994, 2001).
  • Goud: beschermd me in tijden van stijgende inflatie wanneer de prijzen snel stijgen waardoor de economie vertraagt, aandelen het moeilijk hebben en 30 jarige staatsobligaties klappen krijgen door een stijgende rente (1975-1980).
  • Obligaties: beschermd me in tijden van krachtige deflatie wanneer alle activa het moeilijk hebben door een tekort aan euro’s (2008).

Merk ook op dat het jaarlijks resultaat van de permanente  portefeuille vrij stabiel is. Dat is voor mij belangrijk. Als ik plots op een jaar 20% van mijn kapitaal verlies dan slaap ik slecht. Begin ik me zorgen te maken. Met andere woorden, ik kan niet tegen volatiliteit, vooral de volatiliteit naar beneden. Dit omdat het geld is dat ik later nog nodig kan hebben.

Je ziet dat de vreselijke beursjaren 2001, 2002 en 2008 met verliezen van gemiddeld 30% op de beurs toch nog aanvaardbare resultaten hebben op het einde van het jaar voor de permanente portefeuille en je slechts een verlies geven van 2 a 3%. Daarom dat de permanente portefeuille me zo bevalt. Op het einde van het jaar zal je nooit zwaar negatief gaan.

Het is zo dat ‘past performance’ geen garantie is voor ‘future performance’, dat is ook bij de permanente portefeuille het geval. Het is dus mogelijk dat volgend jaar de permanente portefeuille -20% zou doen, iets wat nog niet gebeurd is in het verleden bij mijn weten. (Het maximum in Amerika sinds 1972 is -5% in 1981.) Maar dat wil niet zeggen dat het nog gebeuren kan.

Toch geeft de permanente portefeuille me omwille van de steeds aangehouden degelijke spreiding een grotere zekerheid dat ‘past performance’ ook zal herhaald worden en het je koopkracht blijft beschermen. Ook is het zo dat indien er een jaar zou komen van -20% de kans heel groot is dat bepaalde activa van de portefeuille het enorm slecht gedaan hebben en bepaalde beleggers die niet zo gespreid beleggen totaal van de kaart geveegd zullen zijn.

Wat je niet nodig hebt om je koopkracht te behouden:

  • Buitenlandse aandelen: De 25% euro aandelen zullen in periode van welvaart omhoog gaan. Buitenlandse aandelen kunnen wanneer de beurzen goed gaan toch een slecht rendement hebben door het valutarisico van die aandelen waardoor je koopkracht in tijden van welvaart niet perse beschermd is.
  • Buitenlandse valuta: De dollar, yen of Zwitserse frank zijn sterk gecorreleerd met de euro en kunnen dus makkelijk samen met de euro dalen in waarde. De 25% goud beschermt je als de beste tegen het mogelijk waardeloos worden van de euro.
  • Bedrijfsobligaties: De 25% staatsobligaties lange termijn beschermen je veel beter tegen een inzakking van de aandelenmarkt dan bedrijfsobligaties. Bedrijfsobligaties zakken soms zelfs samen met aandelen zoals we in 2008 gezien hebben.
  • Grondstoffen: De 25% goud beschermd je al tegen exploderende inflatie maar beschermd je ook in tijden van bankcrisissen en muntcrisissen, in tegenstelling tot grondstoffen dat dan ook in elkaar storten.
  • Zilver: Zilver gedraagt zich ook als een grondstof in tegenstelling tot goud dat enkel een edel metaal is. In tijden van deflatie zal zilver dan ook minder beschermen als goud zoals in 2008 weeraleens bewezen is.
  • Vastgoed: Vastgoed is geen belegging maar een consumptiegoed of job. Een consumptiegoed kopen in plaats van huren is uiteraard goedkoper op lange termijn. Consumptiegoederen verhuren aan anderen levert geld op als je er goed in bent maar is voornamelijk een job. Als louter belegging via vastgoedbedrijven is de waarde van vastgoed te sterk gecorreleerd met bedrijfsobligaties. Gaan dus meestal omhoog en geven vast rendement maar in tijden van krachtige deflatie zakken ze samen met aandelen en bedrijfsobligaties.
  • Kunst & Antiek & Diamanten: In tijden van welvaart doen deze zaken het ook zeer goed en zijn dus sterk gecorreleerd met aandelen maar zullen ook in tijden van deflatie zakken samen met vastgoed, aandelen en bedrijfsobligaties. Enkel winstgevend voor de kenner die er een stevige hobby of job aan heeft.
  • Goeroes & Vermogensbeheerders: Goeroes en vermogensbeheerders heb je enkel nodig indien je via je beleggingen je koopkracht serieus wil laten toenemen met het risico dat je koopkracht ook serieus daalt indien fout gespeculeerd. Om je koopkracht te behouden heb je hen echter niet nodig en volstaat de permanente portefeuille.

Uiteraard kunnen al deze zaken je koopkracht serieus doen toenemen indien de timing juist is (dat geldt ook voor het volgen van goeroes en vermogensbeheerders). Indien de timing fout is kunnen al deze zaken je koopkracht serieus doen afnemen.

Tenzij je talent hebt zelf te speculeren of de juiste mensen ervoor te kiezen (en dat zou moeten blijken uit je resultaten die op lange termijn beter moeten zijn dan de permanente portefeuille resultaten) zijn al deze zaken een verspilling van je kostbare tijd en een verspilling van je kapitaal.

Meer rendabel is het dan de belegging of de vermogensbeheerder de rug toe te keren, je talenten te gebruiken waar ze wel renderen en je geld te beleggen volgens de permanente portefeuille zodat je een kapitaal kan opbouwen en houden.

*Data van rendementen verschillende activa zijn afkomstig van:

  • Aandelen: Rendementen van de MSCI ‘Emu’ Index, de index dat ook gevolgd wordt door het ‘Vanguard Eurozone Stock Index Fund’.
  • Obligaties: Rendementen van de Markit iBoxx € Germany 10+ index. Deze index bevat 11 verschillende 30 jarige Duitse staatsobligaties. De gemiddelde resterende looptijd van die korf van Duitse Staatsobligaties is 22 jaar.
  • Goud: Goud in Euro gepubliceerd door de Nationale Bank van België.
  • Cash: Rente van 1 jaar lopende Duitse staatsobligaties gepubliceerd door de Deutsche Bundesbank.
  • Permanente portefeuille: Jaarlijks wordt de portefeuille terug gebalanceerd naar 25% voor elke activa. Wat gestegen is wordt verkocht, wat gedaald is bijgekocht. De rendementen van de permanente portefeuille zijn transactiekosten van jaarlijks balanceren inbegrepen.

Dank aan Harry Browne die de permanente portefeuille bedacht heeft.

Marc de Mesel
http://www.marcdemesel.be

Op dit artikel is onze disclaimer van toepassing KLIK HIER

Artikel is geprint van De Kritische Belegger: http://www.dekritischebelegger.nl

URL(internetadres) naar het artikel: http://www.dekritischebelegger.nl/beleggen/de-permanente-portefeuille/de-europese-permanente-portefeuille/

Gerelateerde artikelen:

Marc De Mesel

Marc de Mesel schrijft deze column op persoonlijke titel. De Mesel heeft in 2000 zijn portefeuille aan een grootbank toevertrouwd. 2 jaar later was er 25% van zijn 'gespreide portefeuille' verdampt in de dotcom crash. Na een teleurstellend jaar in 2005 beheert hij vanaf 2006 zijn portefeuille zelf. In het catastrofale 2008 jaar waarin Belgen en Nederlanders gemiddeld weer zo'n -30% verlies hadden heeft hij het er met weinig kleerscheuren vanaf gebracht. De informatie in deze column is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen.

facebook twitter

verkorte link:


top

Reacties (1 reactie)

Toon: Nieuwste | Oudste

  1. Kun je eenvoudig, veilig en goedkoop in een beleggingsfonds, met wat rendement? » Beginners » De Kritische Belegger-forum says: