DAX-systeem: van € 7.000 naar € 34.951

Zowel automatisch als door middel van SMS signalen

Klik hier voor meer informatie en resultaten


Er zijn veel berichten over beleggingsstatistieken en het merendeel is niet iets waar de belegger altijd op varen kan.

De Statistieken spreken over 2013 en 2014 (1)

Er zijn veel berichten over beleggingsstatistieken en het merendeel is niet iets waar de belegger altijd op varen kan. Zo lieten wij u in ons artikel van 17 januari 2014 zien dat de eerste versie van de Dogs of Dow, in Nederland in ieder geval gedurende de laatste 7 jaar slechts een groei zou hebben opgeleverd van ongeveer de helft van de AEX Index. Uiteraard is het ook anderen opgevallen, dat een enkele goede uitslag niet tot systematisch winstgevende modellen leidt. Verbeterde versies van de systemen waarop de statistieken zijn gebouwd, zijn en worden zeer frequent geïntroduceerd. Of het altijd echt tot verbeteringen leidt valt in ieder apart geval te bezien. Hieronder leggen wij een aantal van de bekende Januari Statistieken onder het vergrootglas en wij geven de resultaten van vorig jaar en de verwachtingen voor 2014.

DE JANUARI BAROMETER

De Januari Barometer beweert dat indien de eerste 5 handelsdagen van het jaar positief worden afgesloten, de kans groot is, dat het gehele jaar met winst wordt afgesloten. Deze statistiek werd berekend op basis van de uitslagen van de S&P500. Het is dus al te gemakkelijk om de uitslag hiervan zonder meer te over te zetten op de AEX Index. Toch wordt (en werd) dit gedaan waarbij het nooit duidelijk is of men deze statistiek ook voor de AEX Index heeft gecontroleerd. De eerste dagen van januari 2014 sloten voor de AEX index positief af, maar niet voor de S&P500. Het is dus misschien te kort door de bocht om nu zo maar in de Nederlandse pers te stellen “dus wij krijgen een goed beursjaar”. Wij willen hier echter niet mee beweren dat deze commentatoren ongelijk hebben, maar wij willen er wel meer over weten.

S&P 500 Index

Het jaar 2012 sloot de S&P500 af met een koers van 1.426,19. De vijfde handelsdag van 2013 sloot op 8 januari met een koers van 1.457,15. Kat in het bakkie zult u zeggen en inderdaad op 31 december 2013 sloot de S&P500 op een koers van 1.848,36. Dezelfde statistiek vermeldt ook nog dat een positief resultaat een gemiddelde stijging voor de S&P500 oplevert van 14,8%. Het jaar 2013 was dus een extreem goed jaar. Dit jaar zien de cijfers er minder mooi uit:

Koers 31 december 2013       1.848,36

Koers op 8 januari 2014         1.837,49

De statistische conclusie is dus dat de kans op een goed beursjaar niet groot is.

AEX Index

Voor de AEX Index zijn de koersen (wij gebruiken overal slotkoersen) als volgt:

31 december 2012      342,47

8 januari 2013             349,11

30 december 2013      401,79 +17,2%

Statistisch gezien klopte het in 2013 dus allemaal, ook in Amsterdam

8 januari 2014             403,86

Vijf dagen na het slot van 2013 sloot de AEX Index dus hoger. De kans dat dit beursjaar in Amsterdam een goed jaar wordt is dus groot en zeker groter dan in de Verenigde Staten. Maar dit veronderstelt wel dat de statistiek ook voor Amsterdam opgaat.

Historisch onderzoek

Wij wilden haring of kuit hebben wat betreft de stelling voor Amsterdam en wij zijn dus eens een beetje gaan rekenen en wij hebben de boel op een rijtje gezet. Vanaf 1986 voor de AEX en vanaf 1982 voor de S&P500. Wij beschikten niet over meer koersen.

Een opmerking vooraf: Wij tellen dus voor de AEX Index 28 jaar en voor de S&P500 tellen wij nog een paar jaar meer (31 jaar om precies te zijn). Maar (zeg) 30 jaar zijn zeker niet voldoende om statistisch significante conclusies te trekken. Wij hebben het hieronder dus alleen maar over de resultaten van dit beperkte aantal jaren.

In de genoemde periode voldeed de S&P500 in 61% van het aantal jaren aan de regels. Dat wil zeggen in 61% sloot de S&P500 op het einde van jaar hoger, als de eerste 5 dagen van dat jaar een positief handelsresultaat opleverden of lager, als de eerste 5 handelsdagen van dat jaar ook een lager resultaat lieten zien ten opzichte van de laatste koers van het voorgaande jaar. In 39% van de bekeken jaren klopte de stelling dus niet. Voor de AEX Index waren de cijfers mooier. Deze waren 79 en 21 procent. Nu is het zo dat in de Technische Analyse een verhouding van 61 – 39 niet als negatief wordt beschouwd. Een verhouding van 79 – 21 is natuurlijk beter.

De 5de dag

De hierboven genoemde goede resultaten betreffen de jaren dat de “vijf dagen regel” opging. Het gaat dus om de jaren waarin de vijfde dag van het jaar hoger was en de laatste dag van het jaar een positief resultaat liet zien plus de jaren waarin de vijfde dag lager lag dan de slotkoers van het voorgaande jaar en ook het jaarresultaat negatief was. Als men deze twee scheidt en alleen maar kijkt naar de eerste mogelijkheid, dan werd een percentage van 84% gevonden voor de S&P500 en van 73% voor Amsterdam. Als men naar de negatieve jaren kijkt dan komt men op percentages van 16 voor de S&P500 en van 27 voor de AEX Index. Of men nu kan stellen dat een van de twee markten zich beter aan de statistieken houdt gaat natuurlijk een beetje ver want in feite is het beeld verdeeld en is het aantal waarnemingen in onze studie gewoonweg te klein.

De vraag kan gesteld worden hoe deze cijfers zijn als de factor “vijf eerste dagen ‘geen rol speelt. Dus hoe waren de resultaten (zonder acht te slaan op een statistiek) in al die jaren? De S&P500 sloot 24 jaar af met winst en 7 jaar met verlies (77% – 23%). De AEX deed het met 64% versus 36% niet zo goed, hetgeen overigens geen nieuwtje is.

Een andere vraag die gesteld kan worden is of de resultaten in de statistisch correcte hausse jaren beter waren dan in de hausse jaren in zijn algemeen. Voor de S&P500 kwamen wij op een gemiddeld percentage koersstijging van 16,9% voor de non-statistische opstelling en voor de statistische jaren op 18,3%. De AEX Index hield het op 20,2% in beide gevallen.

De 5de dag is anders in twee markten

Een andere te beantwoorden vraag is of  een positieve 5de dag-uitslag bij de AEX en tegelijkertijd een negatieve bij de S&P500 een kans voor de AEX Index biedt om hoger te sluiten aan het einde van het jaar.  Wij tellen 12 jaar waarin een positief statistisch resultaat voor de AEX Index samenvalt met een statistisch positief jaar voor de S&P500. Het aantal statistisch positieve jaren voor de AEX was 16. Wij vonden slechts één geval waarin de vijfde dag van januari bij de AEX Index hoger sloot (met goed eindresultaat) en waarbij deze zelfde dag voor de S&P500 lager lag. De S&P500 steeg in dat jaar met meer dan 10%.

Stijgend, maar beperkt

In de pers vonden wij ook nog een uitspraak dat de AEX Index dit jaar weliswaar zou stijgen, maar dat deze stijging zeer beperkt zou blijven want de stijging in de eerste 5 dagen van januari was slechts gering. Voor een dergelijk causaal verband hebben wij geen enkel argument gevonden. Dat neemt niet weg dat het best mogelijk is dat de betreffende auteur op het einde van het jaar blijkt gelijk te hebben, maar voor zijn opmerking bestaat gen statistisch bewijs.

Gegeven deze cijfers kan men zich nu afvragen of de Januari Barometer wel enige zin heeft. Het antwoord lijkt niet zonder meer nee te zijn. Ook al zijn de resultaten die wij gekregen hebben niet hard, gezien de beperkte reeksen data die ons ter beschikking stonden, onze studie bevestigt de oorspronkelijke analyse in grote lijnen. Met name wanneer de 5de dag op een positief resultaat wijst is de kans op succes groot. Voor een negatief jaar lijkt de voorspelling minder zinvol te zijn. Maar de conclusie is in ieder geval dat men er geen buil aan gaat vallen als men de voorspelling zou willen volgen. Met andere woorden De Januari Barometer hoeft niet afgeschreven te worden en commentatoren hebben gelijk als ze er aandacht aan besteden.

Conclusie

Statistisch gezien mogen wij dus voor de AEX Index een positief jaar verwachten en voor de S&P500 Index een negatief jaar, maar u en ik weten al lang, dat de AEX Index zich doorgaans niet haaks op de S&P500 ontwikkelt.

Er zijn nog meer statistieken die hun basis in de maand januari vinden. In een volgend artikel zullen wij daarop ingaan.

Gijsbrecht K. van Dommelen
Vladeracken BV
www.vladeracken.nl

Disclaimer

De auteur is verantwoordelijk voor het beleggingsbeleid van Vladeracken BV, een vermogensbeheerder met vergunning van de AFM. Vladeracken BV heeft voor sommige cliënten positie in de hier besproken effecten. Dit stuk is geen beleggingsadvies. Wie in de hier besproken effecten belegt of wenst te beleggen doet dat voor eigen rekening en risico. In dit kader wijzen de auteur en Vladeracken BV alle verantwoordelijkheid voor de inhoud van dit stuk van de hand. De besproken effecten vertegenwoordigen een hoog risico.

Op dit artikel is onze disclaimer van toepassing KLIK HIER

Artikel is geprint van De Kritische Belegger: http://www.dekritischebelegger.nl

URL(internetadres) naar het artikel: http://www.dekritischebelegger.nl/aandelen/beurzen/de-statistieken-spreken-2013-en-2014-1/

Gerelateerde artikelen:

Gijsbrecht K. van Dommelen

Gijsbrecht is afgestudeerd aan de Universiteit van Brabant als bedrijfseconometrist. Na zijn studie heeft hij bij diverse instellingen als beleggingsanalist en vermogensbeheerder gewerkt, laatstelijk bij MeesPierson in Den Haag. In 1998 is hij zijn eigen vermogensbeheerder gestart, Vladeracken BV. Zijn filosofie is dat rendement maakbaar is, maar dan wel alleen door gedegen analyse binnen een onafhankelijk systematisch kader. Een goede belegger is kritisch en bovenal gedisciplineerd.

facebook twitter

verkorte link:


top

Reacties (1 reactie)

Toon: Nieuwste | Oudste

  1. Edwin says:

    In het volgend artikel hoop ik tegen te komen de correlatie met de maan, waar eigenlijk dit ‘januari effect’ op gebaseerd is.

wp-puzzle.com logo